Home » Nederlands

“Ik had zoiets van: we gaan NU. Ik ga nu boeken. Anders komt het er straks niet meer van”, zegt Piers lachend, “en hoe gelijk had ik!”

We zitten te borrelen op hun laatste dag in de Termas terwijl landgenoten in de file in Faro staan

Ze zijn even ontsnapt uit het Grote Britse Koninkrijk – een echte brexit zou je kunnen zeggen – om hun zoon op te zoeken. Daarvoor hebben ze thuis een PCR test moeten doen, vlak voor vertrek, hier in Portugal vlak na de landing, en als ze thuis komen krijgen ze weer een wattenstaaf in de neus geduwd.

En aangezien dat allemaal niet onder de National Healthcare valt; hier ook niet, is dat nog ’s een extra financieel offer. Afgezien van dat het helemaal niet leuk is om zo’n staaf tot bijna in je voorhoofd geduwd te krijgen.

Enfin, ze hadden het ervoor over. Natuurlijk. Voor je kind!

Op hun laatste dag brak er een soort van paniek uit omdat bovengenoemd Groot Brits Koninkrijk in al z’n wijsheid had besloten dat iedereen als de sodemieter weer naar huis moest, omdat er weer een golfje over hen heen kwam, en omdat het veels te gevaarlijk is in het buitenland met al die loslopende virussen … Het terugfluiten van alle britten was natuurlijk een sappig onderdeeltje van de geanimeerde conversatie.

De paniek gold voornamelijk de Algarve. Daar zitten de meeste engelsen. Op zoek naar een vrijgevige, uitbundige, stralende zon, na al die afgemeten piepkleine straaltjes die ze de afgelopen maanden met de grootste moeite hebben moeten opspeuren.

Ze stonden allemaal in de file in Faro

Eerst in de file voor de test, daarna in de file voor het vliegtuig.

Piers en Sally moesten weliswaar vroeg op maar in Porto was er verder weinig aan de hand. Ondanks dat ze niet in de vrijgevige enzovoorts zon van de Algarve hebben gezeten, hebben ze toch een leuk kleurtje opgedaan.

Leuk detail: ze zaten in de kamer (even naar beneden scrollen) waar zoon Paddy en vriendin Stephanie een stuk van het mozaïek op het terras gemaakt hebben.

Ze hebben geluk gehad. De dag na hun vertrek kreeg ik een treurig mailtje van Paul & Clara, een bekend stel. Ze hadden gepland om begin juli voor 3 weken te komen. Helaas. Ze mogen voorlopig niet meer weg.

Dat belooft nog wat, voor van de zomer …

.

<< vorige

Wij zijn in 2000 verhuisd van Rotterdam, Holland naar Termas-da-Azenha, Portugal. Een hele stap, zeker met twee kleine kinderen. We zijn bezig gegaan met het herstel van een van Portugal’s erfgoederen: Termas-da-Azenha, een oud kuuroord met inmiddels 4 vakantiehuizen, 2 gastenkamers, een kampeerterrein en een een heleboel leuke dingen om te doen. Overal vind je mozaieken en muurschilderingen. Het oude badhuis wordt meer en meer een museum, waar je je kunt verwonderen over hoe de dingen veranderd zijn.

Elke week een blogje over wat er zo om ons heen gebeurt. Lichte kost, makkelijk te lezen, een paar minuutjes in een andere wereld. Even wat meer weten over hoe het reilt en zeilt in Portugal. Mocht je je vakantie naar Portugal plannen, zou dit een goede voorbereiding kunnen zijn.

Je kunt je abonneren op het blog – kijk maar hiernaast »

Dan krijg je het elk weekend in je bus.

Op zondagochtend publiceren we de link op onze Facebookpagina, op Pinterest, en op maandagochtend op LinkedIn.

Ik zit een beetje slaperig voor mijn computer de boekhouding te doen (ik word altijd slaperig van cijfers – of gefrustreerd. Dit keer was het slaperig.) toen Broes binnen kwam hollen en zei: “Kom, kom vlug!” en weer verdween. De toon in zijn stem maakte me onmiddellijk duidelijk dat het menens was, dus ik liet alles vallen, sprong op en holde achter hem aan.

“Drie kleine eendjes zijn los” riep hij over z’n schouder, alsof het drie tijgerwelpen betrof.

Jaja, lieve lezers, dat vinden wij belangrijk hier. Dat is voorpaginanieuws:

Kwik, Kwek en Kwak uitgebroken! Moeder Eend mataglap!

Moeder Eend zit in een aanleunwoning bij de kippen. Het kippenhok – liever gezegd, de kippenwei – is ook de buiten-werkplaats, voornamelijk voor het tuingereedschap en aanverwanten. (Je moest ’s weten wat er allemaal onder “aanverwanten” valt …)

Vooral nu de ponies van onze buren regelmatig in onze grazige weiden komen mee-eten, is het voordeurdelen wat de klok slaat.

Niks aan de hand, we leven in vrede samen, maar moeder Eend wil het concept maar niet snappen

Zodra ze mij ziet, krijgt ze een haviken-blik in haar ogen. Hoogste alert! De kleintjes zijn het al gewend; ook al zitten ze midden in hun middagdutje, ze beginnen gezagsgetrouw naar de uitgang te waggelen. Mamma er achteraan.

Als ik dan buiten probeer om een mooi mens-eend-contact tot stand te brengen, gaat het idem, maar dan naar binnen.

Maar nu is het menens. Nu zitten we met z’n allen in een drama-in-een-notedop. Nu moeten we aan elkaar laten zien wie we zijn, in dit noodgeval

Paniek alom. Eén kind zit vast in het kippegaas, de andere twee verstoppen zich in de bosjes. Ik probeer één van ze te pakken om ‘m weer bij haar te krijgen, maar dat concept snapt ze blijkbaar ook niet, en valt me aan. Kippegaas of niet, Wég bij me kind, jij … jij … mensenmonster!

Ik doe nog een poging om nummer Eén uit het kippegaas te krijgen, maar nummer Eén werkt niet mee. Wil precies de andere kant op als ik. Haar vleugeltjes (hele kleine schattige fluffy aanhangseltjes) zitten aan deze kant van het hek. Daarom kan ze niet verder. Dus ze móet wel mijn kant op.

Weer een furieuze aanval. Fijn dat ze zo’n ronde eendesnavel heeft, want anders was ik aan flardjes gepikt

Ik trek me terug. 1-0 voor Moeder. Broes en ik overleggen even, want ja, kom nou, wij zijn 56 keer zo groot als zij. Ongeveer.

We laten nummer Eén maar even aan haar lot over, en concentreren ons op Twee en Drie. Met een slimme omsingeltaktiek van boven af, heb ik ze heel snel weer binnen. Nu Moeder even afgeleid is, trekken we gauw nummer Eén uit het gaatje.

Pfoeh! Hebben wij weer. Tijger-moeder-eend

Dit drama speelde aan het begin van de week. Aan het eind van de week is de situatie een stuk gestabiliseerd. Mamma en de kleintjes lopen gewoon vrij rond, maar ze kijkt toch nog elke keer als een havik of ik me wel goed gedraag.

Vermoeiend hoor, tijger-moeder zijn met een haviks-blik!

.

<< vorige

Wij zijn in 2000 verhuisd van Rotterdam, Holland naar Termas-da-Azenha, Portugal. Een hele stap, zeker met twee kleine kinderen. We zijn bezig gegaan met het herstel van een van Portugal’s erfgoederen: Termas-da-Azenha, een oud kuuroord met inmiddels 4 vakantiehuizen, 2 gastenkamers, een kampeerterrein en een een heleboel leuke dingen om te doen. Overal vind je mozaieken en muurschilderingen. Het oude badhuis wordt meer en meer een museum, waar je je kunt verwonderen over hoe de dingen veranderd zijn.

Elke week een blogje over wat er zo om ons heen gebeurt. Lichte kost, makkelijk te lezen, een paar minuutjes in een andere wereld. Even wat meer weten over hoe het reilt en zeilt in Portugal. Mocht je je vakantie naar Portugal plannen, zou dit een goede voorbereiding kunnen zijn.

Je kunt je abonneren op het blog – kijk maar hiernaast »

Dan krijg je het elk weekend in je bus.

Op zondagochtend publiceren we de link op onze Facebookpagina, op Pinterest, en op maandagochtend op LinkedIn.

“Wel snotver … wat nou?! Ik doe toch precies wat je van me vraagt!” Ik word ernstig gefrustreerd van dit sms-je. Wat ik ook doe, ik krijg de hele tijd “Formata da resposta incorreto”. Ook al beheers je het portugees niet, begrijp je waarschijnlijk wel wat daar staat.

Dit is het foute antwoord! staat daar. Of het foute formaat. O, dat portugees is zo nu en dan zo onnodig ingewikkeld geformuleerd.

Punt is: ik heb geen ander antwoord. En ook geen ander formaat

Ik geef het even op. Misschien zie ik iets over het hoofd ofzo. Morgen beter. Amanhã …

De volgende ochtend word ik gebeld. Of ik vrijdag bij het Pavilhão Multiusos langs kan komen voor de vaccinatie. Ha! Zie je wel. Gewoon wachten tot morgen, dan zijn formaten en antwoorden helemaal niet meer nodig.

Hoewel, een antwoord wel natuurlijk. Ja. Natuurlijk. Ik ben er. Rond 12 uur. Mooi.

Prima geregeld, zo te zien. Een ruime tent, met allemaal stoelen netjes op meer dan anderhalve meter afstand

Ik word vriendelijk begroet, mag direct doorlopen naar de volgende vriendelijke dame. Zij vraagt me of ik nog onlangs een transplantatie heb ondergaan, of ik medicijnen slik, of mijn bloed een beetje lekker stroomt – allemaal prima, mevrouw. Ik ben reuze gezond.

Ik mag even gaan zitten op de volgende verzameling netjes-op-afstand-stoelen, en word dan weer opgepikt door nogal weer een vriendelijke dame. Ik heb mijn boek voor niks meegenomen want ik zit nog niet of ik mag alweer door.

Prima geregeld allemaal. Petje af, hoor, Soure! Goed gedaan

‘k Heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat er zoveel bij komt kijken, bij zo’n miniscuul prikje.

In de volgende ruimte staan weer een heleboel stoelen, maar hier zitten ook mensen op. Er staat een TV aan met rustgevende beelden van bossen, beekjes en bergen. Spirituele muziek erbij. Als je niet goed wordt, kun je in een aparte afdeling in een bed opgevangen worden.

Maar ik loop op de zaken vooruit, want we gaan eerst naar één van de tenten die in de ruimte opgezet zijn. Daar zitten twee vrouwen in witte jassen, met een derde in het groen ernaast die het echte werk gaat doen. “Boa tarde” begroeten we elkaar. Ik vraag welk spul ik ingespoten ga krijgen.

Dat wordt Jansen. Best. Wat weet ik ervan? ’t Is alleen aardig om te weten

Ik vraag: “Mag ik een foto maken? Of liever: wil één van u een foto maken?” Dat vinden ze allemaal leuk. Er komt nog een vierde bij. “Om aan de familie in Duitsland te laten zien?” (Duitsland en Nederland worden vaak door elkaar gehaald – geeft niks, maar ik corrigeer toch altijd even: “Sim, é para a minha família na Holanda.”

Ik ben er niet zo dol op dat er in mijn lijf geprikt wordt, maar het is zó voorbij. “U kunt hier nog even een half uurtje zitten, voor als u misschien niet goed wordt” zegt de prikmevrouw. “O, dat zal best gaan hoor” antwoord ik stoer, maar nee: ik mag niet direct weg. Eerst zitten.

Goedgoed. Ik zal me aangepast gedragen, als een echte portugees. Gezagsgetrouw. Netjes blijven zitten.

Ik hou het 10 minuten vol. Dan trippelt er ineens een witte poes naar binnen, laat zich vallen aan de voeten van de man die voor me zit, en rekt zich behaaglijk uit. Zo. Dat is nog ’s service!

Ze hebben er zelfs een stoeipoes bij ingehuurd!

We komen om in de babies. Overal babies, in alle soorten en maten

Zijn het geen jonge radijzen, zijn het wel de babyslakken die dat eten. Overal vogeltjes heen en weer vliegend om hun jonkies te voeden.

Ik was bezig in het Toiletgebouwtje van het kampeerterrein. De hele winter niet gebruikt natuurlijk, dus het was niet helemaal spic en span. Ik zag een hoop dor gras op het electriciteitskastje, en dacht: “Oi, wat een rotzooi hier in die hoek! Weg ermee!”

Gooi ik me daar een nest met net geboren babies weg! Ik zag het nog net op tijd!

‘k Heb daarna stiekem om het hoekje staan te gluren, want ik hoorde pap en mam al geagiteerd fluiten. Niet zo gek, als een of andere stink-reus je hele huis met je babies en al weggooit.

Ik was bang dat mijn vieze mensengeur ze zou afschrikken, maar gelukkig trokken ze zich er niets van aan, en gingen gewoon door met heen en weer vliegen met lekkere hapjes voor hun kroost. ’t Is maar goed dat alle ouders hun eigen kindertjes het allermooiste op de hele wereld vinden, want zo aantrekkelijk zien vogelbabies er niet uit.

Jullie zien zeker liever een ander gezellig gezinnetje. Hebben we ook. Pas gekregen

Er kwamen mensen de dorpspleintrap af. “Herkent u mij?” vroeg één van de dames. Ik moest eerlijk zijn, en ontkennen, nee sorry. Haar nicht (weet ik nu) kwam de trap af met een kattenkooi. Zo een van plastic, zodat je niet ziet wat erin zit. Ik was even bang dat er nog weer iemand met een nest poesjes zat, en ermee kwam leuren.

Het gebeurt …

Maar nee, in de kattenkooi bleek een eend te zitten. Haar dochter kwam naar beneden met nóg een kattenkooi. Ook geen kat, maar haar kroost, werd me uitgelegd. Zes schattige gele fluffies. Ik moest even wennen aan het idee – de verantwoordelijkheid voor een alleenstaande moeder met zes kinderen vind ik niet niks.

Heb je babies, heb je vragen. Waar? Hoe? Wat eet? Hoe zorg je voor een eend? Wat wil de eend?

Het werd me allemaal uitgelegd. Ze mogen bij de kippen, in hun oude buitenhok. Onze drie kippen hebben al tijden een hele wei tot hun beschikking dus die hebben hun oude hok niet nodig. Er kwam een zak met babyeendenvoeding mee.

Zo lief! We hadden het de eerste keer dat ze langskwamen erover gehad – over eenden, en er was beloofd dat ze me een eend zouden komen brengen. Wist ik veel dat ze dat ernstig meende! Mensen beloven weleens meer wat.

We hebben in allerijl een zwemvijvertje in elkaar geflanst. Veel weet ik niet van vogels af, maar dit weet ik wel: een eend is een drijfsijs, dus die moet in het water. We hadden nog een oude trampoline, een bergje stenen, wat restjes golfplaat, en de Cooperativa verkoopt landbouwplastic aan de meter, dus in een paar uurtjes was het gepiept.

Als moeder Eend besluit te blijven, maken we er wel iets moois van. Mijn plan is nu om haar wat minder op haar hoede te krijgen, want ze is erg alert. Die babies gaan nergens heen voorlopig, en aangezien zij een Goede Moeder is, blijft ze er wel bij.

Wat een lieve gele fluffies, hè? Dat roept toch een heel ander gevoel op dan deze babies …

Er komt een hele gesmolten gletscher naar beneden! En het is mei! Zijn ze gek geworden!

Als dat dan klimaatverandering is, ben ik geen fan. De bosbes is meer een moerasbes maar houdt het gelukkig dapper vol, ook al staat-ie precies onder het afwaterpunt van het afdakje achter de keuken.

Was niet zo lekker gepland, dat plekkie

Ook niet zo lekker gepland was de aangevraagde burenhulp gistermiddag. Broes en ik waren bezig om alle laatste loodjes bij mekaar te vegen. Eén van de puntjes van die onuitputtelijke lijst was het verplaatsen van het geraamte van de nieuwe tent.

Broes had me al op de kast gekregen door die tent eerst heel hoog te maken in plaats van heel lang.

“Joh, kom nou toch ’s kijken naar die tent! Dat ding is zo hoog als het dak. De Brico verkoopt wel hele rare tenten” zei hij. Ik was met van allerlei andere laatste loodjes bezig: “Neeneenee, hij was juist heel lang, en nét wat hoger dan jij toen-ie in de winkel stond! Dat kan niet!” en liep gealarmeerd door dit bericht richting tuin van de kamer. Verhip!

Je kunt de poten op elke gewenste manier eraan klikken, dus nu stond er een hele rare kleine hoge tent in het gras. Even hartelijk lachen helpt met al die stress. ’s Middags stond-ie zoals zijn maker hem bedoeld had – net wat hoger dan Broes, lekker lang en breed, met een gezellig puntdak.

Hij staat alleen niet op de gewenste plek

Puntje van aandacht. Er zijn 6 mensen nodig om ‘m te verplaatsen. Ik appte de buren maar toen de eerste binnen kwam, stortte er weer een gesmolten gletscher naar beneden. Morgen dan maar.

De eerste gasten zijn fans van de Termas, al veel vaker geweest, en hebben al in verschillende huisjes en kamers gelogeerd. Zij vinden het niet erg, het staketsel van een tent in de tuin.

Want … jawel … het appartementje is klaar!

Het heeft even geduurd, maar dan heb je ook wat. Aardig detail: alles is hergebruik. ‘k Heb alleen een stapel hout gekocht bij de houtzagerij (zie vorig blog). De engenheiro was niet alleen zo vriendelijk om me de truck te laten gebruiken maar deed achteloos over de rest van mijn vondsten: “Neem maar mee. Dat ligt daar toch al zolang in die hoek …”

(tip: altijd in hoeken zoeken, daar vind je de mooiste dingen als je er oog voor hebt!)

Dat hout is de “poort” geworden

Onder het duimendikke stof kwamen prachtige planken tevoorschijn. Niks meer aan doen. In de keuken kwamen 3 oude kasten en een kinderbedje prachtig van pas. Van die kasten dat je denkt: “Het zou wel ’s antiek kunnen zijn, maar ja, de deuren gaan niet goed meer dicht, als je te hard langsloopt valt-ie bijna uit elkaar van de luchtdruk, en ’t is sowieso een beetje raar niet-laag-niet-hoog modelletje. Wel prachtige ornamentjes …”

‘k Heb wel m’n gouden deadline-regel overschreden. Je stelt de deadline vast, maar wijzer door ervaring weet ik inmiddels, dat we dat niet gaan halen. Dus heb je een tweede deadline. Je begrijpt het – als er niet écht druk achter zit, kun je hier nog ’s wat meer aandacht aan besteden, daar toch nog dat ideetje realiseren … en voor je het weet, zit je aan de derde deadline.

De derde deadline is een dodelijk serieuze lijn die ab-so-luut gehaald moet worden!

Er blijft nog een klein lijstje met dingetjes over als de gasten erin gaan. Niet zo merkbaar voor hen, maar jammer voor ons. Nou ja. Effen een week andere dingen dan verbouwingsstof.

Wat dat betreft is die regen wel een zegen!

Tja, we zijn niet voor niks een Bed&Breakfast&Bathrobes!

En ’t is niet compleet zonder mozaïek natuurlijk. Op het terras.

Geïnspireerd door het linkje van mijn zwager (zie vorige blog), kwam ik een paar indrukwekkende muzikanten tegen. Helemaal echt, niet van die plastic muziek, of nog erger: hiphop.

Hiphop kun je geen muziek noemen, vind ik persoonlijk

Het enige nummer dat ik ooit leuk vond, was dat van LLCoolJ, en dat was in de jaren 80. Verder vind ik hiphop beetje hetzelfde als reggae – ken je er één, ken je ze allemaal. Pas nog, viel ik over iets heen op het internet (dat zul je herkennen, neem ik aan …) wat me nogal afstootte.

Een grote zwarte man, indringend kijkend in de camera en dito fluisterend in de microfoon: “Wait until you see my dick, girl” en gelijk daarna een plaatje van een schaars geklede dame met de billen naar voren gestoken, die kleine klapjes daarop kreeg van een andere schaars geklede dame. Schijnt een redelijk normaal verschijnsel te zijn in de muziekbizz: de versexualisatie van ongeveer alles.

Ik heb de ontwikkelingen niet zo bijgehouden, maarre … : pardon??

Wat kan mij die dick van jou schelen, vreemde meneer, het spijt me, maar ik ken u niet, en ik vind dit best wel ver gaan voor een eerste kennismaking. Het nodigt niet uit, zeg maar.

Wat ik wél uitnodigend vond, waren de geluiden geproduceerd door Miguel Araújo en António Zambuja

Sowieso al namen om jaloers op te worden, maar hun kunsten op de gitaar, ukelele en hun stembanden zijn om kippevel van te krijgen. Het mooiste van alles is, als je sommige songs live luistert, hoor je dat het hele publiek uit volle borst meezingt. Van begin tot eind. Zonder haperen. Zelfs António en Miguel zijn onder de indruk – terwijl het een fenomeen is dat ik al veel vaker heb mogen meemaken.

Heel bijzonder.

Het mooiste is: ik ben qua verbouwing aan de stille klusjes toe

Verven, schoonmaken – al die dingen die geen lawaai maken. Daar kun je uitstekend een muziekje bij gebruiken! Bij verven heb ik graag iets rustigers maar niet té (anders word je slaperig), en bij schoonmaken juist liever iets swingends. Beter ook maar niet té, anders is het weer te uitnodigend om een gezellig dansje te gaan maken in plaats van te poetsen.

Volgende week heb ik een verrassing, zeker voor de mensen die de Termas een warm hart toedragen. De verbouwing is bijna gedaan. Maandagochtend kan ik – als de goden het willen – een videootje maken van het nieuwe appartementje!

En dan nu maar weer gauw door. Ik zou zeggen: geniet van Miguel en António, en geef je eigen favorieten ook ’s door!

Dat wordt erg op prijs gesteld.

Ze zijn bezig met statistieken. Van tijd tot tijd moet je een enquête invullen, zodat “ze” er mooie statistieken van kunnen maken. Statistieken zijn heel belangrijk, schijnt het.

Heb je geen statistieken, heb je geen gegevens, weet je niet wat mensen nodig hebben

Dat is tenminste het idee erachter.

Ik stond in de keuken mijn lunch klaar te maken, toen ik opeens: “Olá! Boa tarde!” hoorde roepen. Dat gebeurt niet meer zo vaak – je begrijpt waarom – dus ik kromp bijna in elkaar van schrik. Niet nodig; het was het meisje van de enquête.

Ze had weinig moeite om me duidelijk te maken waarom ze nog een keer langs kwam. Wij hadden namelijk een oranje stip. En je moet een groene stip hebben, willen ze je met rust laten, de mensen van de statistieken.

Ze liet het zien op haar app

“Está bem” antwoord ik een beetje terughoudend, want het wás al “één van die dagen” (neenee, niet één van die, daar ben ik te oud voor, meer één van die andere. Dat alles niet wil zoals jij wilt) en ik wou er graag niet meer bij hebben. En ik ben al niet zo’n fan van bureaucratie …

Ik dacht dat ik alles al netjes ingevuld had, afgelopen week, en het leek een eitje. Ik dacht dat het meeviel, maar nee hoor. De goden op de Olympus vervelen zich blijkbaar, dus er moet nodig ’s met iemands voeten gespeeld worden. De eer valt mij te beurt, blijkbaar.

Het gemaskerde meisje loopt verbazingwekkend geduldig met me mee, en helpt me om te zien wat er misging. Ik had alleen het eerste kantje ingevuld. ‘k Had het één en ander over het hoofd gezien. Jammer!

We hoppen van vraag naar vraag. Daar stuit ik opeens op een tamelijk ongebruikelijke:

Kunt u lezen en schrijven?

Wat ik een merkwaardige vraag vind in een enquête die ook nog ’s een keer alleen online beschikbaar is. “Neenee”, legt het meisje uit, “er zijn een boel mensen die niet kunnen lezen en schrijven, dus die help ik dan om het in te vullen. Daar zijn wij voor.”

Ah! En opeens schiet me een voorval te binnen van jááááren geleden. Bij de bank, toen je nog naar de bank ging voor je geldzaken en dingen. Ik stond in de rij achter een groepje kletsende oudere vrouwen. Het was de dag van de maand dat de ouderen hun AOW-chèque binnen kregen, en dat ging iedereen onmiddellijk innen bij de bank. Zoveel is het niet, dus je houdt waarschijnlijk altijd een stuk maand over aan het eind van je geld.

De dame achter de balie haalde met een routinegebaar een doorzichtige hard-plastic doos tevoorschijn, nadat ze initialen, tekens en stempels op de chèque had gezet, pakte de hand van de vrouw (die gewoon doorkletste en niet eens keek), haalde haar vinger over de mysterieuze zwarte staaf in de plastic doos, en drukte die vinger op de chèque.

Ze nam haar vingerafdruk, zover kwam ik nog wel, maar waarom in vredesnaam?

Dat vond ik wat later uit, via een vriend, die uitlegde, dat dat een vrouw was die ongetwijfeld analfabeet was. Op deze manier heeft ze voor de chèque getekend. Met een vingerafdruk.

Waar ik vooral van onder de indruk was, was de routine van de dame achter de balie. Het was doodnormaal voor haar. En ze kende haar klantjes waarschijnlijk, want ze hoefde niks te vragen, en de vrouw van de chèque hoefde niets uit te leggen.

Dat is heel gebruikersvriendelijk, zouden we nu zeggen.

Klopt wel, Portugal is wel een gebruikersvriendelijk land

Kijk maar hoe ze dat dan nu oplossen, nu alles digitaal gaat. Analfabeten hebben waarschijnlijk geen computer. Sturen ze gewoon een meisje mee met die formulieren.

Komt allemaal goed. Ik ga nog effen door. Er zijn nog wat vraagjes te gaan, en ik wil graag m’n groene stip!

’t Is al wel lang geleden, maar de beëindiging van een dictatuur verdient in mijn ogen een feest tot in de eeuwigheid der eeuwigheden. Als iets narigheid is, is het wel een dictatuur. Gaat altijd gepaard met onzekerheid en wantrouwen. En dat zijn vervelende dingen die je niet per se hoeft op te zoeken, want die kom je gedurende je leven toch wel tegen.

Het is vandaag 25 april – de dag van de Anjerrevolutie. Feest!

In 1974 was het over. Toen gebeurde het prachtige verhaal van het bloemenverkoopstertje in Lissabon, dat een einde maakte aan de spanning. Daarmee was het dictatorschap van Marcello Caetano, de opvolger van de beruchte António Salazar, voorbij.

Het startsein was gegeven net na middernacht, door een lied van zanger Zeca Afonso uit te zenden: “Grândola, Vila Morena”. “O Movimento dos Capitães” – de groep revolutionairen, die de coup planden en uitvoerden, stond tegenover de regeringstroepen in Lissabon.

Hoewel iedereen moest binnen blijven, waren er toch heel veel mensen op straat. Op het plein stonden bloemenverkoopsters. De spanning was om te snijden – twee partijen tegenover elkaar; wanneer zou het schieten beginnen? Een bloemenverkoopstertje pakte één van haar rode anjers, en stak die in de loop van een geweer van een soldaat vlak bij haar. Daarmee was de spanning gebroken, en werd de hele revolutie vreedzaam afgewikkeld.

Dit is de romantische (sterk gesimplificeerde) versie van het verhaal van de Anjerrevolutie

Er zijn een boel versies van hoe die Anjer in de loop van dat geweer terecht kwam, maar ‘k vind dit een schattige. José – liefkozend Zeca – Afonso is inmiddels ongeveer een heilige. Terecht, want hij liep flink wat risico als het zou mislopen.

Niemand kon voorzien dat het zonder bloedvergieten zou verlopen. En als dat gebeurt, is het tranen-in-je-ogen-prachtig. Net als jaren daarna in Tjecho-Slowakije. Een plein vol aanstekers in Praag. Heel ontroerend, en een geweldige reden om feest te vieren!

Feest vieren zal er niet zo heel veel gebeuren waarschijnlijk

Corona strooit overal roet in het eten. Nu leeft de dankbaarheid van het niet onder een dictatuur leven niet zo heel erg meer onder de portugezen; al te veel generaties zijn in vrijheid opgegroeid, en hebben geen idee van hoe dat is. Prima, houwen zo!

Maar portugezen houden wel heel erg van feesten, en dat kunnen ze ook heel goed. Een plein(tje), een band(je), dansen, lekker eten (gastronomia), en veel bier. Laat ze maar schuiven. In heel Portugal zijn er vanaf deze tijd van het jaar normaalgesproken feesten, groot of klein.

Geeft niks. Net als die mensen toen, net als de capitães – we laten ons er niet onder krijgen! Dan vieren we wel zelf feest, thuis, met een lekker muziekje op.

Tot slot nog een gouwe ouwe. Een nederlandse ouwe. Met een knipoog naar mijn zwager Henk.

Of misschien toch liever iets portugees?

Ken je dat experiment van Ikea?

Ze hebben twee planten bij de ingang van een school gezet. De éne plant kreeg niks dan beledigingen, scheldwoorden en ellende over zich heen. De andere kreeg alleen maar complimentjes en lieve woorden. Na 30 dagen was het verschil overduidelijk.

Ik praat al jaren met m’n planten

Als ik de rucola kaal pluk, zeg ik: “Sorry maar ja … je bent zo’n lekkerdje hee!” De kerstroos, die van de winter stond te strálen in de hal, complimenteerde ik elke dag met hoe mooi ze was. ‘k Heb haar ook aangemoedigd om iets aan haar spiervezels te doen, want ze maakte zó veel rode en groene blaadjes, én bloemen, dat een paar takken het gewicht nauwelijks konden houden.

Werkte niet. Er brak er toch een af. Planten hebben geen spiervezels …

Op een mooie dag kwam Broes met een bosbessenstruik thuis

Ik dacht slim te zijn, en plantte ‘m onder de kiwi. De kiwi vrouwtjes zijn al best wel groot, en geven lekker schaduw op ons achter-de-keuken-terrasje. Kiwi’s geven ze dan weer niet, maar daar kom ik zo wel op terug.

Ik dacht dus: BOSbes. Die wil een beetje schaduw.

Beter om soms effen de dingen op te googelen dan op je instincten te vertrouwen, zeker als ex-stads bleekneusje. Alles is ongeveer verkeerd: een bosbes hoeft helemaal niet zoveel schaduw, houdt niet zo van kleigrond, en lust geen mineraalwater met een pH van minder dan 7.

Sommige planten zijn een beetje tutjes. Komkommers (wij noemen ze standaard komkommerenkwels) lust ons water niet. Teveel calcium en magnesium. De bosbes wil ook veel liever alkalisch water, maar deze doet niet moeilijk over ons (pure, gezonde, elk jaar geanalyseerde, heerlijk zachte, zuivere) mineraalwater.

Die staat sinds een paar weken alweer te pronken met een bos bloemetjes en bessen dat het een lieve lust is! Die heeft er zin in, dat kun je zo zien! En ik praat eigenlijk heel weinig met die plant, want het is een beetje 13-in-een-dozijn persoonlijkheidje. En niet zo vrolijk ook; zeg ik: “Hallo, ouwe bes, hoe gaat ’t ermee?” – snibt die terug: “Huh, kijk naar je eige, je ben zelf een ouwe bes.”

zie je die andere achter het plastic kijken?

Enfin, Broes kwam er met nog één aan. ’n Beetje een zielige supermarkt-staak. En we hadden alletwee dezelfde gedachte: plant ‘m direct achter die andere, kijken welke het leven het leukst vindt!

Vóór het plastic vangen de plantjes de meeste zon, en staan ze toch nog beschut. Wij zijn reuze benieuwd hoe dit experiment zich ontwikkelt …

De mannetjes kiwi staat er pal naast. Hij heeft de herfst en de winter overleefd. In de winter houden de twee vrouwtjes kiwi’s zich natuurlijk gedeisd. Maar nu gaat het erom spannen. Overleeft-ie de slakken, rupsen, en het gesnater van die twee dames? Want de drie mannetjes die ik hiervoor plantte, waren volkomen geïntimideerd door die enorme weldoorvoede meissies. Ze zagen er geen gat in, en stierven een voortijdige dood.

Deze heb ik de winter doorgepraat. Ik zou mezelf wel “kiwi-coach” kunnen noemen, ware het niet dat dat nogal absurd klinkt – ook al zijn er inmiddels nog zoveel coaches op de wereld.

Ik als kiwi-coach zeg dan bijvoorbeeld: “Kom jongen, klein maar fijn, jij staat op de beste plek, laat ze maar lullen. Vrouwen praten totdat ze er blauw van zien, mensen, kiwi’s – maakt niet uit. Trek je er niks van aan, trek je eigen plan, maar MAAK KLEINE KIWITJES!”

Ik hou jullie op de hoogte. Als ik m’n eerste eigen-bij-mekaar-gelulde kiwi eet, zal ik het je laten weten!

Auto’s zijn één van de belangrijkste dingen die je moet hebben, in Portugal. Je wordt beoordeeld op je auto. Eigenlijk hetzelfde als overal. Toch?

Door middel van je auto laat je zien wie je bent

‘k Heb wel ’s in de Cooperativa gestaan (een boerenwinkel) waar een praatgrage vrouw met de man achter de kassa over mij en mijn aankopen stond te praten. Ze dacht aan mijn uiterlijk te zien dat ik toch geen portugees kon verstaan, en ze vond mijn aankoop van o.a. een bijl heel opmerkelijk.

Ook mijn auto vond ze heel opmerkelijk

(Mijn prachtige rode Vannettie! Ik mis haar nog steeds!) Ik vond het wel amusant, dus ik liet het maar zo, en stond een beetje afwezig naar de aardbeienplantjes te staren – met gespitste oren, dat wel.

De man achter de kassa was ook wel geamuseerd, en vroeg al snel aan de kletskous: “Maar weet u wel wie dit is?” Tja, toen kon ik natuurlijk slecht meer doen alsof ik niks verstond, en glimlachte vaag richting de dame.

Nee, ze had geen idee. Maar met zo’n auto zou ik waarschijnlijk wel ….

De man onderbrak haar snel, misschien om erger te voorkomen: “Dit is de dona das Termas. Termas-da-Azenha” zei hij, bijna triomfantelijk. Ze keek een beetje beteuterd – “maar … met zo’n bus …. zo aangekleed ….” (werkbroek, crocs, simpel T-shirt, lang haar). Dat kwam helemáál niet met haar wereldbeeld overeen.

Dona’s van Termassen horen in mantelpakjes rond te lopen, met een keurig kapsel dat bij hun leeftijd past, en in een dure auto rond te rijden

We wisselden bijna een knipoog, de man van de Cooperativa en ik, ware het niet dat dát nou net een beetje te amicaal zou zijn. Maar we vonden het duidelijk alletwee even vermakelijk.

Ach, mijn mooie rooie Vannettie! Het was verstandiger om haar te verkopen en een mooie ouwe dag te gunnen ergens in Nigeria. Ik hoop dat ze daar nu nog steeds rondrijdt, met haar twee schuifdeuren open om alle mensen, geiten en kippen en aankopen de ruimte te geven, en als ARKO*.

Van de week kwam ik uit Figueira terug rijden, en zag bij de dealer die een superplek heeft aan de tweede rotonde een Mercedes bus staan

Zo’n prachtige ouwe, en dan ook nog in mintgroen. Gelukkig dat je daar twee rotondes pal achter elkaar hebt, want mijn eerste reflex was om keihard op de rem te gaan staan. Ik ben dol op ouwe busjes – hoewel dit een flink exemplaar is. Een Mercedes-Benz 207D.

Ik wist dat een ouwe vriend naar een bus aan het zoeken is, en net als ik dol is op klassiekers.

Leuk om een paar foto’s door te sturen, misschien is het precies wat hij zoekt!

Indrukwekkend hoor, zo’n bus. Groot. Ze hadden er al een camper van gemaakt, maar heel basic. Twee banken die je als bed kunt gebruiken, en een keukenblokje in de hoek. Dat was het. Maar goed, dat opent mogelijkheden om het naar je eigen smaak verder te verbouwen. Een zonnepaneel op het dak, zo’n groot stoer stuur, vier (!) achterbanden, en zo te zien met mijn lekenogen niks mis met de motor.

“Een Mercedes is kwaliteit hè”, zegt de dealer trots, “zelfs na 40 jaar is de motor nog prima. Altijd goed onderhouden …” Ja, dat kun je wel zien, al zijn de rubbers wat verdroogd, de bus maakt een stralende, zij het wat verwaarloosde indruk.

“Ik geef het door” zeg ik, want ik heb natuurlijk uitgelegd waarvoor ik kom. Ik weet niets van motoren, maar dit is waarschijnlijk wel een klusbus. Heeft liefde en aandacht nodig.

Dat was precies de reden waarom mijn schattige rode busje weg moest – het onderhoud werd door een monteur gedaan die wij altijd “Giechelbekje” noemden (lijkt me duidelijk waarom), en die was niet snel. Na een paar keer maanden zonder vervoer gezeten te hebben (toen de enige monteur in de wijde omgeving), kwam het pijnlijke inzicht steeds dichterbij.

Voor mij is een bus dus verleden tijd. Jammer hoor. Zulke auto’s hebben nog persoonlijkheid.

’n Stuk beter dan al die grijze en zwarte auto’s – conformiteit overal …

* Alle Ramen Kunnen Open – de eerste vorm van AIRCO