Home » Nederlands

Wederkeerders. Daar houden alle gastgevers van. Mensen die je tent al kennen, die zich er thuis voelen, en het waarderen dat jij het doet zoals jij het doet. Blijkbaar, want anders kwamen ze niet terug.

Toch?

Kijk, dat mijn familie elk jaar terugkomt, is niet zo raar. Maar er zijn meer wederkerende gasten

Dat geeft de burger moed, zullen we maar zeggen. Op het moment van schrijven is er iemand op de fiets onderweg, zitten mijn zus en haar dochter in het vliegtuig, en pakken een vriendin en haar zoons de koffers in.

Een oud-vrijwilliger plant zijn zoveelste terugkomst begin oktober, en een andere bekende – met een nieuwe vriendin dit keer – komt een paar weken later.

Deze zomer hebben we ook weer een paar vaste gasten mogen verwelkomen, onder andere Roos “een-zomer-zonder-Roos-is-geen-zomer”, en Astrid, die onder andere dan gezellig komen meedoen met mozaiekjes puzzelen.

“Het Stel” komt elk weekend om bij te tanken van het hectische leven in Figueira. Ja, niet ver weg, maar genoeg ver weg om te kunnen genieten van het buitengebeuren. Waarom zou je ver weg moeten, als je dichtbij ook alles hebt wat je wilt: een prima appartementje, serene rust, vogelgezang, hondevriendinnetje Donkie, en de 4 portugese zenders op TV?

En dit Stel heeft – als één van de weinige – hun reservering verzet van 2020 naar 2021. Ze waren hier in ’05, in ’07, toen het nog allemaal in opbouw was, en nu kwamen ze nog ’s een keer terug. “Dat doen we eigenlijk nooit” zei Mireille – dus ik ben werkelijk zeer vereerd.

Waarschijnlijk is een andere oud-vrijwilliger, die inmiddels in Portugal woont, ook al bezig om zijn Oude Schicht rijklaar te maken om wat dingen te komen ophalen, die meegekomen zijn met de rijders.

Het is heel prettig als mensen met de auto/bus/camper komen, en dat je ze kent, want dan kun je nog ’s vragen of ze misschien ’s wat mee willen nemen

Boeken, bijvoorbeeld. Die stuur je niet zo makkelijk op.

Jaja, ik weet het, je kunt ook e-readen, maar ik vind een echt boek toch altijd prettiger. Alleen al bij het uitkiezen van een nieuwe: de drie-happen-proef. Aan het begin, in het midden, richting eind, lees je een alinea, en als het bevalt, ga je er echt in. Werkt altijd.

De camper bracht van alles mee (zo lief). Stroopwafels voor pleegzoon João, drop voor zoon Broes, een tube tijgerbalsem-achtige voor de spierpijn van vriend Paul, en veel boeken voor mij!

Ik hou het kort, lieve lezers. ‘k Heb wel wat anders te doen dan schrijven …

Beelden zeggen meer dan woorden. In dit geval is dat zeker waar. Mozaïek laat zich niet in woorden vangen.

Weer een klaar. Met een paar “vaste krachten” samen gemaakt. Stom genoeg geen foto’s gemaakt van “The making of” maar we improviseren er wel op los.

Het begon allemaal met een slang. Een gemozaïekte slang maar je weet hoe dat gaat met slangen ….

Met het verbouwen van kamer 3 en 4 naar een appartementje, kwam ik op het terras de slang tegen. Had ik heel lang geleden gemaakt, gewoon, als grapje. Maar de slang sprak, keek me koud aan, en zei: “Ik wil niet langer alleen zijn. Ik wil gezelligheid om me heen, een leuke ambiance, een jungle, wat gezelschap …”

Daar gingen we weer, het begin van een volgend groot mozaïekwerk

Ik probeer altijd plaatjes te vinden bij het beeld dat ik in m’n hoofd heb, want – als gezegd – mozaïek laat zich slecht in woorden vatten. Dan kun je je de blaren op je tong lullen, en nog word je misschien wel verkeerd begrepen. Een beeld zegt meer dan woorden. Ik vond de beste inspiratie bij Rousseau. Vooral de grote bloemen, de vingerplant en de zon of maan klopte uitstekend bij het plaatje in m’n hoofd.

Het leukste is de samenwerking. Heel stimulerend om met mensen samen te werken! Er is inmiddels een select groepje ontstaan, die regelmatig terug komen om een stukje mee te komen leggen. Hierbij mijn verpletterende dank aan – in volgorde van opkomst – Stephanie, Paddy, Astrid, Roos en naamgenoot Ellen.

Het begint altijd met een boel doosjes, stukjes, kruimels, rotzooi … Je weet niet meer waar je het laten moet – maar gelukkig weet veteraan Astrid van wanten, en ruimt ook tussendoor ’s een beetje wat op.
Toekan met pretoogjes.
De kaketoe kreeg onverwachts babies. Had Roos gelukkig gezien!
Sommige stukjes moeten nog gevoegd, maar er zijn gasten in de kamer, dus dat moet nog even wachten. Dat aapje hangt daar best.
Eerste keer, qua samenwerking, maar met een Ellen werk je heel prettig en makkelijk samen!

Rapunzel zat opgesloten in een toren. En aangezien dat lang, lang geleden was, en heel ver hier vandaan, zal het ook wel niet zo’n verschrikkelijke hoge toren geweest zijn. Zolang er maar een prinses in opgesloten kon worden – alles goed. We hebben dat – natuurlijk – in mozaïek vastgelegd, in ons dorpje.

De toren in kwestie is een ietsie-pietsie hoger. En de prinses zit er niet in, maar staat er bovenop. (’t is ook geen prinses; voor zover ik weet, is ’t een stewardess, en werkt ze voor UAE Emirates Airlines.)

Ik ben al erg blij dat ik niet in haar schoenen sta!

We hebben hier te maken met iemand die al hoogtevrees heeft op een krant (ik) dus toen ik dit (haar) zag, werd ik al een beetje wit om de neus.

Ik heb zeer veel bewondering voor iemand die geen last heeft van hoogtevrees, maar ik ben bang dat ik het geërfd heb. Mijn moeder begon altijd te gillen als we in Zwitserland op vakantie waren, en mijn vader harder dan 30 reed in de bergen. Daar heb ik het natuurlijk van. Daar werden wij als kinderen ook een beetje wit om de neus van. Van dat gillen dan.

Maar voor hun XX-jarige huwelijksfeest heb ik nu op ultieme wijze wraak genomen!

Wist je al dat er een cadeaukaart voor vliegtickets bestaat?

Ik dacht: ik wil iets origineels geven. Wat zegt het internet hierover? Dat is wat wij moderne mensen het eerst doen, nietwaar, als we iets willen weten. Hop, het internet op.

Daar kwam ik haar tegen, de stewardess op de toren, en vervolgens struikelde ik over deze site

Van de eerste werd ik weer wit om de neus, maar vooral de laatste trok mijn aandacht. Want het internet zegt ook: geef geen spullen, maar geef ervaringen. Dit lijkt me wel een ervaring. Een vliegticket naar waarheen je maar wilt. Je mag het zelf kiezen. Als je ticket meer kost dan het bedrag van de kaart, wordt het er gewoon afgetrokken.

Als je weet dat je geliefde ontvangers van de kaart naar de andere kant van de wereld willen reizen, en je kunt het een beetje breed laten hangen, dan geef je er meer. Je kunt maximaal 250€ per kaart geven, maar je kunt natuurlijk ook minder. Als je de nul eraf haalt, heb je het minimum bedrag. En dat kan net zo’n leuke verrassing zijn om te geven.

Totaal cadeau: een cadeaukaart voor een vliegticket, én een cadeaukaart voor een hotelnachtje!

Dan moet je wel heel dol zijn op je geliefde ontvanger, maar het is wel een pracht-cadeau-ervaring. Voor deze ga ik bij al mijn familieleden langs – wie wil er meedoen? Dan geven we een kaart, met die cadeaukaart, en dan moet het toch heel gek gaan, als ze daar niet reuze blij mee zijn.

Nog een streepjespyama erbij, en we hebben de ervaring helemaal rond.

Of misschien was de Gemeente Soure de gulle gever. Of misschien van allebei een beetje.

Wij gingen er naar toe, naar het openluchtconcert van het Nationaal Jeugd Orkest

Altijd boeiend, om gepassioneerde musici te zien! Aardig van de Gemeente Soure om zoiets te organiseren. Ze doen dit soort dingen wel vaker. Soure is toch het centrum van de omgeving hier, met het Palacio de Justiça, het Gemeentehuis is manueleense stijl, diensten als de brandweer met een enorme kazerne, politiebureau, bibliotheek. Natuurlijk ook supermarkts, banken, kerken, en al dat soort boeven meer …

Portugezen houden van muziek!

Dat staat buiten kijf. In dit geval was meedoen niet aan de orde – ook niet meezingen, want ja, alles instrumentaal. Jammer, want dat is indrukwekkend om mee te maken, hoe een portugees publiek van voor naar achter meezingt met hun favoriete zangers (m/v), zonder haperen, uit volle borst en zonder valse schaamte.

Mijn telefoon was natuurlijk eerst kwijt, op het laatste moment gevonden. Toen had-ie nog maar 10% batterij. Zul je altijd zien. Gelukkig staan er een paar videootjes op YouTube mocht je geinteresseerd zijn.

En verder woei er een koud windje waar we niet op voorbereid waren

Meestal gaat de wind liggen namelijk, eind van de middag. Geeft niks, het was leuk om te zien hoe mooi het plein en het Gemeentehuis eruit zagen, hoe goed het georganiseerd was, en hoe geconcentreerd al die jongeren op het podium zaten.

Ik neem afscheid van jullie voor de maand augustus. Een soort virtuele vakantie.

Een hele fijne vakantie – als dat van toepassing is, lieve lezers, en tot in september!

Hier nog een videootje voor degenen die het leuk vinden. Publieksparticipatie om de portugese manier.

Broes had het al gemeld: “Er zijn spanjaarden aangekomen die willen kamperen. Ik heb ze alles al laten zien.” Ik kom net van boven vandaan, waar ik in het naaiatelier (mooi woord voor een grote ruimte met een boel tafels vol lappen stof en naaimachines en dingen) een bestelde kimono afgemaakt, gestreken en ingepakt heb.

Op het dorpsplein kom ik de spaanse kampeerders tegen

We maken kennis. De hij van het stel is superenthousiast, vindt het ge-wel-dig! “Dit kom je niet zo vaak meer tegen” zegt hij met een lach van oor tot oor, “het meeste is nieuw, netjes, allemaal hetzelfde, en saai.”

Het is alsof ik met mezelf praat. Dat is precies wat ik ook vind! ‘k Heb die grote nieuwe “luxe” hotels altijd al supersaai gevonden. Niks te beleven en vaak allemaal afgemeten snobs bij elkaar. Boe. Of zo’n enorme camping waar over elk grassprietje is nagedacht. Boe.

De leukste vakantie ooit die ik me kan herinneren, was kamperen in Frankrijk in de verwaarloosde tuin van een afgebrand huis. Een enorm landhuis, dat er na jaren nog steeds zwart geblakerd bij stond, met alle ramen eruit en een groot hek erom heen.

Daar hebben we eindeloos in de beek gespeeld (ik was 8) en op een kampvuur gekookt. Het échte kamperen!

Dit zijn ook echte kampeerders: ze hebben alleen een bescheiden iglotentje, en niet eens een hele keukenuitrusting ernaast. Er komen geen makkelijke stoelen uit de auto, alleen een paar matjes en slaapzakken.

Die avond zit ik op mijn plekkie boven te lezen (altijd voor het naar bed gaan) en hoor ik de gitaar. Hij kan goed spelen ook – hij had ’s middags al enthousiast over de gitaar gepraat. Ik heb hem aangemoedigd om ‘m te gebruiken, want de gitaar staat alweer een paar weken stil. En die gitaar is wel het een en ander gewend.

De hij van de laatste kampeergasten – een engels stel – was ook heel blij dat die gitaar er is

De engelse kampeerder kon ook goed spelen, maar nu hoor ik toch een verschilletje: dit is een typische spaanse aanslag! Nog even, en zij komt erbij met haar castagnetten, en begint erbij te dansen … hoor ik al een “Olé”? – maar nee, zover gaan we nou ook weer niet.

Niet dansen. Geen castagnetten. Zij wil wél graag terugkomen om te mozaïeken. Prima idee!

Dit is een hele aangename verrassing. Als mensen goed kunnen spelen, is het een genot om ernaar te luisteren. En helemaal als het een beetje stiekem is, zoals nu: hij weet niet dat ik boven zit te lezen, en dat ik dit kan horen.

De volgende dag gaan ze op weg naar de pastelaria om te ontbijten (het leven kan zo makkelijk zijn als je wilt), en maken we een praatje. Of ze nog een nachtje kunnen blijven. Maar natuurlijk!

“Dankjewel, gezellig” zegt hij, en lacht om mijn verbaasde gezicht. “Ik heb een jaar in Amsterdam gewoond, maar dit is ongeveer het enige dat me bij gebleven is.”

De gitaar is niet de enige die blij is met hun komst …

“Hee, tak! Hou jij je takken effen thuis! … of nou ja, je kaken thuis! Je eet wel alle groene blaadjes op, maar de takken laat je staan. Geen gezicht. Ik snap ’t wel … een wandelende tak die takken eet – da’s een soort kannibalisme …”

Iedereen vindt wandelende takken leuk

Ik ook, maar ik zou het een beter idee vinden als ze carnivoor waren, en slakken zouden eten. Als ik de Schepper was, had ik dat zo geregeld. Zou ik nou leuk vinden, takken die slakken eten. Daar is ook een oneindige voorraad van, dus ’t zou ook nog ’s heel praktisch wezen. Jammer dat God blijkbaar niet zoveel gevoel voor humor heeft …

Takken, slakken en Afrikaantjes

Ik heb ooit ’s Afrikaantjes geplant in de moestuin, met als gevolg dat de hele moestuin vol staat met die gezellige oranje bloemekes. Men zegt dat ze beestjes weg houden, maar ik weet niet of dat waar is.

Slakken vinden het een fijn huis. Ze eten ze niet, maar ze houden er wel hun vergaderingen.

Nu zijn dat portugese slakken hè. Als het ze al lukt om groot te worden (zeker hier!) dan worden ze ongeveer zo groot als de stam van je duim – om even in het jargon te blijven.

Ze houden wel erg van grote gezinnen, dus je ziet ongelooflijk veel kleine slakjes, soms zo groot als een speldeknop.

De kippen lusten ze graag. Die kleintjes eten ze met huis en haar op. Goed voor hun eieren.

‘k Heb nog geen andere beesten op die Afrikaantjes zien zitten, maar wandelende takken lusten ze dus wel. Het was geen heterdaadje, maar het is toch erg verdacht als er een wandelende op de takken van de spaanse margrieten zit – vlak naast de flink aangevreten Afrikaan.

Hij had het al niet makkelijk, die Afrikaan

‘k Heb ‘m uit de moestuin gerukt en overgeplant voor het kantoor. Dat is sowieso al niet een plek voor gemakzuchtige plantjes. De grond is al honderden jaren ingeklonken, en jaren geleden losgemaakt door mijn dappere broer.

Die heeft een week op dat stukje grond ingehakt, met als resultaat, dat er anjers, lathyrus, rozen en lavendel konden groeien. Vervolgens werd al dat harde werk teniet gedaan door de bosmaaierploeg van de Gemeente Soure, die blijkbaar allemaal slechtziend zijn.

Ondanks mijn waarschuwingen om vooral dat stukje achter de boomstronken niet te maaien, stond er na hun bezoekje alleen een volkomen verwarde lavendel en een anjer-achtige overeind. De lathyrus was gelukkig al in het hek geklommen. De spaanse margrieten herkenden ze wel als bloeiende plant, maar verder lag alles omver.

Eerst de maaiploeg, en dan nu weer een wandelende tak

Aan z’n eetlust te zien, hebben we binnenkort waarschijnlijk een wandelende boom. Dan is er niet één Afrikaan veilig meer!

“Hello! We would like to stay here for a few nights – do you have a room?”

Ik ben net afscheid aan het nemen van een sympathiek stel portugezen, die op mijn advertentie van schilderspullen waren afgekomen. Zij hadden net alles ingeladen, we hadden afgerekend, dus ik zwaaide nog ’s en zei tegen de nieuw-aangekomen mensen

“Het mag ook in het nederlands, als dat makkelijker is … “

De vrouw van het stel reageert aangenaam verrast, vooral tegen haar man, met: “O, dat is nou echt iets voor Titus om niet te zeggen dat jullie Nederlanders zijn!” En tegen mij: “We kregen de tip van mijn broer Titus, die is hier jaren geleden geweest. Maar hij heeft dus niet gezegd dat jullie Nederlanders zijn, echt iets voor hem. Wat grappig. En ja, dat is wel makkelijker ja … we spreken niet zoveel portugees …”

De man van het stel voegt daaraan toe: “Behalve bom dia zo goed als niets, dus.”

We lopen naar beneden waar ik hen kamer 2 laat zien. De ervaring heeft me geleerd om vanaf begin april altijd minstens één kamer klaar te hebben, en niet te wachten met de schoonmaak en het bed opmaken totdat je een reservering krijgt. Het is al zó vaak gebeurd dat mensen spontaan langskomen, alleen … dat is nu al dik een jaar niet meer gebeurd natuurlijk!

Het begint wel een béétje als hoogseizoen te voelen

Zeker als ik hen de volgende ochtend gezellig onder de notenbomen zie zitten ontbijten als ik de trap ophol om m’n telefoon weer ’s op te pikken waar ik ‘m heb laten vallen. Ook al zo’n symptoom van de C-risis: er wordt nauwelijks gebeld om te vragen of er iets vrij is, dus ik laat dat ding overal vallen.

Wat ik gister ook heb laten vallen dat we een stel fietsen hebben die ze kunnen gebruiken als ze denken dat het goeie fietsen zijn. Ik weet niks van fietsen, het enige dat ik weet, is dat ze er nu al dik een jaar ongebruikt staan. Meestal is dat niet goed voor dingen. Daar houden ze niet van.

Voor ik het weet, staat de schoonbroer van Titus de fietsen te inspecteren, uit elkaar te halen, banden op te pompen – en het volgende ogenblik is de voorband van de “Berg” eraf, en wordt er geconstateerd dat de naad gescheurd is, maar dat dit wel de beste fiets is.

Okee. Dat kan opgelost. Ik kijk snel op de klok (in Portugal moet je altijd om de lunchpauze denken. Als Mário zit te eten, komt-ie écht niet naar buiten.)

Ik neem het wiel mee en rij naar Mário’s werkplaats. Daar ligt de vloer bezaaid met motormaaiers, onduidelijke landbouwdingens (onduidelijk voor mij dan), en staan er minstens drie van die ouwe Zundapp-achtige brommers te wachten op een behandeling. Ik krijg dan ook te horen, dat hij dacht dat-ie een rustige zaterdag zou hebben, maar dat het allemaal wat anders uitpakte.

“Oho, maar er zijn mensen die klagen over dat ze géén werk hebben – veel erger toch?” grap ik als antwoord. Mário kan er wel om lachen achter z’n maskertje. Het is een hele aardige man, en dit is ook maar “geklaag”. Ik voeg eraan toe: “Ik hoef alleen maar het materiaal, hoor, er is iemand thuis die dat kan doen. ‘k Heb het wiel alleen meegenomen omdat ik niks van maten weet.”

Maar Mário bromt terug: “Ach, het is twee minuten werk, ben je gek.” – en aan het eind van die zin heeft-ie de oude binnen- en buitenband er al af. In minder dan een paar minuten zit het nieuwe spul erop. Fijn hoor, al die ervaring. Ik kan het niet laten om bij het weggaan nog even te plagen: “Heel erg bedankt, en tot de volgende keer – ik heb vast ook weer meer werk hoor!”

Ik scheur terug, maar eerst nog even langs de bakker, en langs “de Vinha” – het winkeltje in Vinha da Rainha voor een fles voor een afgesproken drankje met de buren vanmiddag.

Hèhè. Net echt. Hoogseizoen.

Het was een moeilijke keuze deze week – welk onderwerp kies ik? Er gebeurde van alles en nog wat, en je kunt niet alles erin gooien. Dat begrijpt niemand meer. En ook: is het allemaal interessant? Moeilijk, moeilijk.

’t Is natuurlijk geweldig dat nóg weer een andere cactus alwéér prachtige bloemen heeft,

maar is dat nou boeiend genoeg om te vermelden? Wat dan – het kampioenschap voetbal? Hm, daar zullen we het maar niet meer over hebben. Dat is zowel voor een portugees als een nederlander inmiddels een beetje een pijnpuntje.

Wat dan? Alle complicaties die het verlengen van m’n rijbewijs met zich mee brengt? Het veranderen van electriciteitsbedrijf omdat blijkt dat Endesa er een potje van maakt, organisatie-technisch? De volgende Corona-golf die alweer aangekondigd wordt? Dat ik op zoek ben naar een flexibele handzaag? (Voor een pvc-pijp die in de muur zit, en die ik liever niet uit wil breken als het niet hoeft.)

Of is de bestelling voor een op maat gemaakte kimono interessanter?

helemaal naar je eigen wensen gemaakt

Of het feit dat de mieren bij de ingang van het badhuis eindelijk weg zijn? (Er zat wel tien keer een enorme bult mieren-met-vleugeltjes bovenop mekaar in een hoekje – blijkbaar te overleggen waar ze naartoe zouden gaan.)

Aangezien ik niet zo goed ben in keuzes maken, is het een kwestie van heel goed combineren. Dat heb ik al lang geleden geleerd – zeker hier. Als je aan de éne kant van het dorp iets bedenkt, dat je aan de andere kant moet doen, ben je even bezig met heen & weer lopen.

Dan is combineren het sleutelwoord, anders doe je alleen maar heen & weer lopen

Dat is gedaan, het combineren bedoel ik. Er zijn deuren en een mens bij elkaar gebracht, eenden en gasten, en kippen en eieren. Een nieuwe energie-provider en wij, plus zonnepanelen. (Dat blijft staan voor een volgende keer!)

Dat geeft een goed gevoel, al die combinaties. Kijk zelf maar:

4 mannetjes-eenden +
3 dames-gasten (waarvan 1 kok) =
op weg naar een nieuwe bestemming!
Vroegere vrijwilliger is zo lief om de kastdeuren te maken voor de grote kast in HR 3/4

Er is een hele groep piraten geland. Ze hebben kromme neuzen en ze lijken allemaal op elkaar. Het zijn er behoorlijk wat, en zo te merken kan het ze weinig schelen wat je van ze vindt.

Niemand wil bij die piraten in de buurt zijn

Ze hebben iedereen verjaagd. Die zitten een stuk verderop op een houtje te bijten. Dit zijn de enige velden die nu nog onder water staan, dus er is een hevige belangstelling voor momenteel. De piraten blijven de hele nacht in de hoek onder mijn slaapkamerraam. Daar komt het mineraalwater uit het badhuis gestroomd, en daar is het waarschijnlijk nog lekker warm.

Dit zijn ze, die piraten. Ze komen wel vaker, maar dan in de winter. Ze zijn nog nooit zo dichtbij geweest. Of je wilt of niet, je kunt hun gewoontes makkelijk volgen. Ze gaan blijkbaar dag en nacht door. Dat weet ik, omdat ik ze de hele nacht gehoord heb.

Nu is dat niet zo’n punt, want ik ben gewend aan het lawaai van de kikkertjes. Een paar velden vol bronstige kikkers maakt een enorme herrie eigenlijk, maar het gekke is dat die herrie heel ontspannend is. Je valt er makkelijk bij in slaap.

De flamingo’s doen precies hetzelfde: ze houden geen moment hun snavel

Blijkbaar moet alles wat ze tegenkomen gecommuniceerd worden met de anderen. Het klinkt heel knorrig; ik noem ze watervarkens-op-stelten.

“Kijk nou wat ik hier vind” “Pas op, je trapt op m’n tenen” “Hee, kun je je snavel effen bij je houden, je steekt bijna m’n oog uit” “O, sorry, ik kan ook niks zien hier in dat modderige water” “’t Houdt niet over hè, hier, het vorige veld was een stuk beter” “Ik heb honger, mam” “Steek dan je kop onder water sufferd” “Het lijkt wel alsof het water hier natter is” – en dan ineens een hogere kreet vanuit hun midden: “O, ik heb een lekker hapje hier!”

“Nou, fijn voor je” “Ja, schep er lekker een beetje over op” “Wij lopen hier allemaal met een rammelende maag” “Ja, zoveel bijzonders vind je hier niet” “Ik wou dat ik ook een lekkere vette ….”

Tja, wat voor lekkere vette eigenlijk? Ik weet niet wat flamingo’s hier zoeken als ze geen kikkerbilletjes eten. En zo te horen is dat niet het geval, want alle kikkertjes zitten volop te zingen alsof er geen gevaar in de wereld bestaat. Ze zullen het wel op de rivierkreeftjes gemunt hebben.

Zou kunnen, want er is geen ooievaar meer te bekennen

Gister zat het hier nog vol met ooievaars, aalscholvers, reigers, zilverreigers, ibissen, meeuwen … allemaal naar elders, weg van die piraten. De piraten zijn wit, alleen als ze opvliegen zie je het roze. Blijkbaar eten ze te weinig garnalen. Eén ding is zeker, die gaan ze hier ook niet vinden.

Van mij mogen ze wel weer door. Ze hebben een sfeer bij zich van een populair amusementspark na een overvolle drukke warme dag – alles is dan een beetje arremoeieg, uitgewoond en viezig. Geef mij maar een zootje brutale meeuwen, die hebben tenminste gevoel voor humor.

En als er een ooievaar statig langs waadt, heeft dat toch veel meer allure!

Graça klinkt vermoeid als ze uitlegt: “Nee, dat doen wij hier nu niet meer. Maar dona Helena kan naar Soure, naast het pavilhão Multi-usos. Daar zit een kliniek waar u dat document kunt krijgen.”

Ik moet een gezondheidsverklaring voor de verlenging van mijn rijbewijs

Verleden keer – pas 2,5 jaar geleden – ging ik naar Graça in het Centro Médico vlakbij, die me zoals gewoonlijk geweldig hielp. Wij kennen mekaar sinds de jongens ingeënt moesten worden voor de meest voorkomende kinderziekten en dergelijke ellende, wat een hele uitzoekerij was.

Er wordt anders ingeënt in Nederland dan in Portugal, dus dat heeft haar heel wat hoofdbrekens en tijd gekost. En ook was het toen gebruikelijk een een formulier E111 aan te leveren, wat mijn verzekering niet wilde doen, omdat ze me verzekerden dat dat niet nodig was.

Arme Graça. Ze heeft achter de schermen van alles geregeld ondanks dat dat formulier er nooit gekomen is. En nu blijft ze daar achter in het medisch centrum “van de staat” met alle ouwetjes die niet meer naar een privé-kliniek kunnen.

Maar goed, ik naar Soure. Het pavilhão Multi-usos ken ik, want daar heb ik m’n Jansen ingespoten gekregen. Daarnaast dus. Ja hoor. Voilá.

Ik mag niet zomaar naar binnen. Bij de buitendeur moet ik plastic hoesjes over m’n schoenen, en ’t wordt nog voor me gedaan ook. Service! Nu kun je wel aan al het goud dat er blinkt zien, dat het een keurige zaak is.

En daar begint het wachten

Dat is niet anders dan waar dan ook. Als je de smoor in krijgt omdat je moet wachten, ook al heb je een afspraak, kom dan vooral nooit in Portugal wonen! Ik krijg inmiddels de kriebels van mensen die te VROEG zijn – da’s veel erger dan te laat …

Er zit nog een andere mevrouw geduldig te wachten. Patiência. Een woord dat je uit je hoofd moet leren, zou je … etc. zie boven. En de rest is net zo portugees. Ondanks de hoge sjiekheidsgraad worden er luide gezellige gesprekken gevoerd door de wachtende mevrouw en een dame die zo te zien de zaken op de werkvloer regelt en de receptioniste.

Uit één van de gangpaden komt een groepje gestulpd, dat onmiddellijk meedoet aan de conversatie

De regeldame verdwijnt, maar komt even later van een heel andere kant weer binnen. O? Even later gebeurt precies hetzelfde. En dan weer. Er zijn vier gangpaden in de vorm van een windroos. Hoe kan het dat ze steeds in de éne gang verdwijnt, en dan volkomen onlogisch uit een andere gang aan de andere kant van de centrale hal direct daarna weer opduikt?

Wat is er met die dame? Wat gebeurt er achter deze schermen?

Het lijkt wel een goocheldoos, deze medische privé-kliniek

Na een half uurtje, drie kwartier (jaja – zie boven!) valt de truc in het water. Er zijn twéé regeldames! Aha! Ze komen beiden naar me toe, en ik kan het natuurlijk niet laten om de stomste vraag aller tijden te stellen: “Bent u tweelingen?” Dat zullen ze nog nooit gehoord hebben …

Hun reactie is al net zo portugees: ze lachen, antwoorden spontaan: “Jazeker!” en dan gaat het los over dat ze beiden in Frankrijk zijn opgegroeid, en dat ze jarenlang andere dingen gedaan hebben, maar dat ze uiteindelijk mekaar zo misten dat ze nu hier samenwerken.

Als kinderen hadden ze een eigen taal die niemand anders begreep – Frans, Portugees en Tweelings door elkaar

Als ze deze vraag al een miljoen keer gehoord hebben, dan merk je daar in elk geval niks van!

Zie je? Zo kom je die wachttijd wel door. Op z’n portugees, met gezellige gesprekjes.

.

<< vorige

Wij zijn in 2000 verhuisd van Rotterdam, Holland naar Termas-da-Azenha, Portugal. Een hele stap, zeker met twee kleine kinderen. We zijn bezig gegaan met het herstel van een van Portugal’s erfgoederen: Termas-da-Azenha, een oud kuuroord met inmiddels 4 vakantiehuizen, 2 gastenkamers, een kampeerterrein en een een heleboel leuke dingen om te doen. Overal vind je mozaieken en muurschilderingen. Het oude badhuis wordt meer en meer een museum, waar je je kunt verwonderen over hoe de dingen veranderd zijn.

Elke week een blogje over wat er zo om ons heen gebeurt. Lichte kost, makkelijk te lezen, een paar minuutjes in een andere wereld. Even wat meer weten over hoe het reilt en zeilt in Portugal. Mocht je je vakantie naar Portugal plannen, zou dit een goede voorbereiding kunnen zijn.

Je kunt je abonneren op het blog – kijk maar hiernaast »

Dan krijg je het elk weekend in je bus.

Op zondagochtend publiceren we de link op onze Facebookpagina, op Pinterest, en op maandagochtend op LinkedIn.