Home » Reis naar het einde van de herrie

Reis naar het einde van de herrie

De veiligheidsriem van de passagiersstoel klappert. Het raam staat te ver open maar ik kan er niet bij. Har (1) piept en kraakt en z’n motor ronkt. Vrachtwagens zuigen voorbij. De lucht komt hoorbaar door de open ramen naar binnen want Har heeft alleen arko( 2).

We gaan door de spaanse hoogvlakte naar Zaragoza

En dat is behoorlijk afzien. Hectaren vol kaal geschoren velden, als je welwillend bent noem je ze goudgeel; met stoppelige puisten er tussendoor die als heuvels gezien zouden kunnen worden. Een kaalgeplukt landschap, wat richting woestijn gaat.

Veel mensendrukte, veel industrie, en dus veel verkeer. Veel vrachtverkeer ook. Mijn spaanse vrienden hadden me verzekerd dat hier geen tolwegen zijn, dus ik hoefde me niet druk te maken over een kastje dat ik op de voorruit zou moeten plakken. Nee, geen tol, want het wisselt steeds tussen net-nieuw opengeknipte stukken tweebaanssnelweg en tweepersoonswegen, waar iedereen het met één baan in dezelfde richting moet doen.

Vlak voor Zaragoza gaan we door een landschap dat Don Quichot volkomen van de wap gebracht zou hebben. Niets dan windmolens in de woestenij. “Hee, kijk nou, daar is er één met zes wieken” denk ik, maar als we even doorgaan, zie ik dat het er twee achter elkaar zijn. Het zijn er honderden, met hier en daar een zonnepanelenfarm er tussendoor. En uiteraard veel hoogspannings- en andere electriciteitsmasten.

Het zindert, niet alleen van de electriciteit maar ook van de warmte. Het is 27º en windstil – even verderop staan alle windmolens nutteloos te wezen.

Ik moet door de dystopische herrie plus dito landschap richting Pyreneeën

Mijn neef Bart is naar Corsavy verhuisd, en het zat al een tijdlang in de pijplijn om er eens op bezoek te gaan. Wel een t*ringend rijden! Mijn zus en zwager – beide gepensioneerd en gepassioneerde campers – komen daar ook heen. Ze komen me zelfs in Soria ophalen, dat we dan samen oprijden. “Kunnen we een beetje nostalgisch gaan doen” zegt zus Tien, “net als vroeger, toen jij een tijd samen met ons opreed. Jij in je Citroen, en wij in de boot.”

Dat was leuk, zeker. Zij in hun boot op de franse kanalen, en ik met de auto – elke dag misschien 20 kilometer verderop. Hoe relaxed kun je het hebben? Soms kon ik meerijden langs de paden die ooit voor de trekpaarden langs die kanalen aangelegd zijn, en nu geasfalteerd. Soms spraken we af. Verdwaalde je, ach, hoe ver kon je dwalen?

Nu moet ik kilometers maken, want ik heb maar tien dagen vakantie. Dertienhonderd kilometer heen, paar dagen blijven, en dan weer die hoogvlakte over ….? Of toch maar langs de franse kant naar de andere oversteek van de Pyreneeën? “We zijn op de heenweg er dwars doorheen gegaan” vertelt zwager Dick “maar dat doe ik nooit meer. Smalle weggetjes, niks dan bochten, zelfs dáár nog vrachtverkeer, omhoog, omlaag … nee, dat was mooi, maar minder leuk rijden.”

De Spaanse hoogvlakte oversteken is ook minder leuk

Maar het is de moeite waard, want uiteindelijk komen we in beboste heuvels, geen vrachtverkeer meer, redelijk goeie wegen, wel veel rotondes, en redelijk rustig. De camping vlakbij neef Bart is mooi en rustig met een pracht uitzicht op de bergen rondom. Het dorpje is welvarend, voornamelijk middeleeuws, en wat vooral opvalt: het is stil.

Je hoort geluiden sowieso anders in de stilte én in de berglucht. We maken een wandelingetje door het dorpje. Her en der uitkijkpunten met een schitterend uitzicht over al die bergen. Wat witte wolken erbij, lekker temperatuurtje, een idyllisch “Epicerie” winkeltje, een monument van 1914 – 1919. WO I heeft hier blijkbaar wat langer geduurd, of niemand had het ze nog verteld dat het over was. Zo´n plek is het wel – de tijd heeft geen haast om door te gaan.

Het kerkklokje tinkelt de hele en halve uren met een mooie lichte klank. Ik ken de kerkklokken natuurlijk uit Portugal, maar daar klinken ze een stuk vetter. En ze doen eerst het Avé Maria. Deze doet alleen de tijd, heel frans en elegant.

‘s Avonds is er een concert met middeleeuwse instrumenten in dat middeleeuwse kerkje. Muziekliefhebber Dick wil er graag heen. Dat blijkt een geweldig idee. Het kerkje is prachtig, net als de muziek. En wat vooral heel fijn is, is de ontdekking dat er nog veel meer bestaat dan haast, herrie, dystopische landschappen en de dagelijkse slecht-nieuws-show op tv. Of het najagen van likes op de sociale media.

Wat mij betreft is dit het beste wat vakantie te bieden heeft. Tijdens mijn wandeling op de derde dag denk ik: “Waarom als een gek overal heen scheuren, als je gewoon hier in de stilte kunt zijn? Wat een zegen, die stilte …”

Jammer genoeg komt daar verandering in als ik op de top van één van de vele bergen even van het leven en alles zit te genieten. Volgende week verder, lieve lezers, ik laat je lekker hangen aan de klif nu!

  1. “Har” is mijn weergaloze bus, Renault Master uit 1999, en ja, hallo, mag-ie een beetje piepen en kraken? In mensenjaren is-ie al 78! Begonnen als (ver)bouwbus is-ie al snel opgeklommen naar de categorie “Onmisbaar”. Als Har een mens zou zijn, was-ie zo’n Arnold Schwarzenegger-type: een bonk van een vent met een gouwen hartje, die gromt: “Wil je nou wel ‘s gaan zitten, dan schenk ik een koppie thee voor je in.” Zo eentje die je nooit in de steek laat.
  2. Arko: Alle Ramen Kunnen Open

(Disclaimer: ik ben het gedoe met zoekwoorden en de dictatuur van google een beetje beu. Dus hier zijn ze, en ik hoop ook op de slimheid van AI in dezen, dat het tóch gevonden en gelezen wordt, maar dat ik mezelf geen geweld aan hoef te doen om maar de goeie termen te gebruiken in de titel en de kopjes. #Zaragosa # dystopisch landschap #Pyreneeën #vakantie #vakantie in de Pyreneeën #herrie #stilte)

1 reactie op “Reis naar het einde van de herrie”

  1. Pingback: Derde deel van Reis naar het einde van de herrie - Vergelijkend P onderzoek - Termas-da-Azenha

Reacties zijn uitgeschakeld.