Home » Een Olifant in de kamer

Een Olifant in de kamer

Het is niet helemaal duidelijk hoe we binnen gekomen zijn, maar binnen zijn we. Vriendin B. duikt gelijk de badkamer in, ik kijk een beetje rond. Een redelijk groot huis met lichte grote kamers, beetje rommelig, met veel spullen en boeken.

Gezellig wel, ik hou niet zo van een strakke kale boel

Als B. weer opgelucht verschijnt, neuzen we een beetje rond. We hebben niets vreselijks in de zin, maar we giechelen er een beetje nerveus bij. “Ik hoor wat!” zegt B. ineens, “Stil!”

Ik sta als verstijfd, en ja hoor, daar komt een vrouw en haar dochter de voordeur in. “Hee, kijk nu toch ‘s” zegt ze tegen haar dochter, en ze lijkt nauwelijks verbaasd, “wie hebben we daar!”

“Eh …” stamel ik, want ik weet niet hoe ik moet beginnen. Hoe leg je uit dat je bij iemand ingebroken hebt, en je bent op heterdaad betrapt?

Ze lacht, ze lijkt helemaal niet geschokt

B. is verdwenen. En de dochter ook. Hee, hoe kan dat nou? Gewoon, weg, spoorloos.

De vrouw neemt me mee naar een grote binnentuin-achtige ruimte, waar drie beelden van olifanten met de staarten in elkaar gedraaid staan. Ze zijn kleiner dan in het echt. Ze zijn hard, maar tegelijkertijd knuffelachtig zacht, en hun staarten zijn ouderwetse gekrulde telefoondraden. En die oren … dat lijken wel vlinders …. ?

blog_een-olifant-in-de-kamer

De vrouw neemt de slurf van de haak, geeft die aan mij en zegt:

“Ik denk dat je mij wél een verhaal over olifanten verschuldigd bent.”

Ja, dat kan ik niet ontkennen, dat lijkt me heel billijk.

Ik probeer: “Er was eens een klein olifantje dat aan haar moeder vroeg: “Mam, ze zeggen dat je roze kunt worden. Kan dat mam? Ik wil niet roze worden, dan zien ze me overal altijd. Ik ben toch geen flamingo! Die eten garnalen om roze te worden, en ik lust geen garnalen. En ik vind roze geen mooie kleur, en zeker niet voor een olifant. Mam?”

Moeder olifant antwoordt zuchtend: “Ach, kind, rare mensenpraat. Daar moet je je niets van aantrekken. Ze zeggen ook dat je in de kamer kunt staan. Idioot natuurlijk. Wij passen niet eens door de meeste deuren, maar toch zouden we dan ineens in de kamer staan? Gekkigheid.”

De vrouw knikt goedkeurend. “Ja, goed, aardig begin, leuk ingeleefd. En toen?”

“Eh … tja … daar moet ik even over nadenken … “ peins ik, terwijl de binnentuin langzamerhand oplost, de vrouw schimmiger wordt en er aan de voorkant van mijn hoofd scherp gearticuleerde gedachten binnendringen. Gedachten als: “Wij hebben dit al eerder gedaan, B. en ik, toen ik het OlifantHuis aan het verbouwen was … ”

Mijn eigen slaapkamer begint haar vertrouwde contouren aan te nemen. Ik staar in het oneindige, op zoek naar de droom, maar de europese vlag wordt blauwer en dominanter. Het is het plafond van mijn klamboe. Er is geen beginnen meer aan: ik ben wakker.

En toen kwam er een olifant met een lange snuit, en die blies dit verhaaltje uit

Ach, ’t is maar goed ook. De zon schijnt, zo te zien, het is een mooie tijd om op te staan. Toevalligerwijs (?) ben ik bezig om een geweldige terrasbank te maken voor het OlifantHuis.

En ik zou toch niet veel verder meer gekomen zijn dan het beetje oubollige rijmpje:

Ben je boos / Pluk een olifant / Zet ‘m op je hoed / Ben je morgen plat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.