Home » Het verhaal van een portugees paard

Het verhaal van een portugees paard

“Kijk nou toch, daar loopt een paard over de weg!” roept zoon Broes verbaasd, en loopt in de regen richting de weg om ’s een kijkje te nemen. Ik loop hem achterna maar blijf op het stoepje staan wachten op de laatste nieuwtjes. Brrrr, nat.

Een paard over de weg – dat gebeurt niet elke dag!

Even later zie ik een onbekende man met het grijswitte paard weglopen. Hij lijkt niet blij. Broes komt terug: “Hij was ontsnapt. Maar ze is heel schichtig. Ik vraag me af of ze goed behandeld wordt.”

We weten allebei maar al te goed hoe sommige portugezen met hun dieren omgaan.

Een paar dagen later rij ik richting Soure, en zie vlakbij huis, aan het begin van het aanpalende dorpje, het paard staan. Paarden zijn zeldzaam hier. En sinds de ezel eigenlijk volkomen uit het straatbeeld verdwenen is, zie je heel weinig vierhoevigen behalve schapen en geiten.

Op de terugweg stop ik even om kennis te maken met het paard

blog_paard-in-portugal

’t Is een mooierdje. Beetje verwaarloosd, en zeker niet te dik, maar zo te zien niet bang en niet slecht behandeld. Ik geef haar een appel en een broodje, en maak gezellig even een praatje. Leuk hoor, een paard. Ze ruiken zo lekker. Dit is wel een slimmerdje, zo te merken. Maar ze staat er niet zó lekker bij, in dit zompige weiland waar niet veel bijzonders groeit.

Volgende dag is het weer omgeslagen. Zonnig overdag (heerlijk!) maar dat betekent dat het ’s nachts koud wordt. Dat heb je met helder weer. Ze overdrijven het nu wel een beetje, die weergoden, want het gaat zelfs onder het vriespunt.

Als ik dat hoor moet ik gelijk aan het paard denken

’s Avonds rij ik erheen met een oud dekbed. Paarden kunnen wel wat hebben, maar als het zó koud is, en ze moet buiten blijven staan … De buurvrouw tegenover weet wel van wie het paard is maar verder weet ze niet zóveel te vertellen. Ik spreek met haar af, dat als de baas van ’t paard langskomt, ze me dan even belt. Dan stap ik direct in de auto.

Dat gebeurt al na een uurtje! Wow, dat is snel! Ok, ik gooi mijn tuinhandschoenen neer (was lekker effen aan het wieden in de zon) en rij erheen. Het is dezelfde norse man, met zijn zoon. Ik verontschuldig me, en leg uit dat ik niks kwaads in de zin had met dat dekbed maar omdat het zo koud was … en het is zo’n mooi, lief paard … en ik ben dol op paarden … en hij ook, zo te zien …

De man is nog steeds niet erg toeschietelijk maar hij praat toch met me terwijl hij bezig blijft met z’n oplegger te arrangeren. De zoon staat er een beetje bij, hij is nog jong, begin twintig, schat ik. De man vertelt dat het paard elke dag naar binnen gaat, en wel 2 zakken “ração” eet, en dat ze lekker in het stro staat.

Dat is aardig van hem, want je kunt ook denken: mens, waar bemoei je je mee? ’t Is mijn paard, en ik doe wat ik wil met dat beest.

Ik ben gerustgesteld. Het is gelukkig geen arm zielig paard

Gister zie ik ineens iets wits op de heuvel, als ik in het kampvuurtje aan het porren ben. Ik kijk ’s beter, en verhip! Het paard! Op mijn heuvel! Weer ontsnapt?

Ik loop erheen, en roep haar: “Hallo lekker dier! Kom je ’s op visite?” Het paard spitst haar oren, net als ze doet als ze mijn auto herkent. ‘k Zei het toch al, ’t is een slimmerdje.

En daar is de norse baas ook! Gelukkig is hij nu helemaal niet nors, en maakt ook een praatje. Zo kom ik te weten dat hij vroeger het restaurant “A Viela” heeft gehad, in de dorpsstraat in Soure, en dat ken ik wel. Maar ja, nu ligt natuurlijk alles op z’n gat.

Het was tobben, vertelt hij, hij is samen met z’n jongste zoon maar een transportbedrijfje begonnen. Ze rijden naar Luxemburg voornamelijk, want ja, de bevolking van Luxemburg bestaat voor een kwart uit Portugezen.

baasje van het paard in portugal

Dit transport gaat naar Amsterdam, en weer terug natuurlijk

Ik heb het inderdaad al vaak gezien – een truck met van allerlei spul waar van allerlei mensen langs komen om hun dingen op te halen. Er stond ook ’s een caravan bij, en een hele dure hippe sportauto. Het zijn voornamelijk “gewone” verhuizingen, of mensen die dingen nodig hebben die ze uit de Benelux halen.

“Als ik iets kan doen voor haar, moet u het zeggen hoor!” bied ik aan, als ik hoor dat het paard nu 8 dagen in de stal moet blijven. “En u kunt altijd langskomen om haar een paar uurtjes hier te laten grazen, da’s misschien beter dan daar. Daar is het zo nat. Hier op de heuvel staat beter spul voor haar.”

Hij noteert mijn nummer in zijn mobiel. Hij zal ongetwijfeld niet bellen of ik effen een praatje kan gaan maken met Hortelã – zo heet ze – want zo gaan die dingen nu eenmaal niet. Maar ik hoop op betere tijden, misschien mag ze wel een paar uurtjes komen grazen.

En dat is het beste van twee werelden: een oppaspaard! Net alsof je oma bent ….

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.