Home » Portugese natuur: wat is eigenlijk onkruid?

Portugese natuur: wat is eigenlijk onkruid?

In de serie “Portugese natuur” – die heel onregelmatig verschijnt – hebben we het over wat is onkruid en wat niet? Een lastige vraag, vind ik, want ik vind niet zo snel iets onkruid als het leuke bloemetjes heeft.

Veel onkruid heeft dat. Leuke bloemetjes

Of zelfs grote bloemen. Zoals de aronskelk – de Zantedeschia, die hier overal de kop opsteekt. Nu is de mini-variant het hardnekkigst, en bloemloos, dus die ruk ik medogenloos uit de moestuin. Daar hoort sowieso geen onkruid, want al dat zaaigoed heeft het al moeilijk genoeg bovenop elkaar. En ik heb het er ook moeilijk mee, want ik voel met als een misplaatste godin die over leven en dood beschikt.

Wie mag er overgeplant, en wie is te klein, of blijft staan, en moet het maar zien te redden op de vierkante millimeter?

De spruitjes krijgen wat meer aandacht dan de grelos. Grelos zijn inheems. Dan denk ik: groeit toch wel, net als de physalis. Hoef je ook weinig aan te doen. Dat lijkt wel onkruid (da’s een pre!) Maar de spruitjes zijn buitenlanders, die moeten zich aanpassen aan andere omstandigheden dan ze in hun DNA hebben zitten, dus die hebben wat meer aandacht nodig.

Okee, ik dwaal af. Daar heb ik ook al last van als ik in de moestuin bezig ben …

Wat mij betreft mag er dus overal onkruid groeien, mits het leuke bloemetjes heeft en het niet in de moestuin is. Er staat overal klaver te bloeien, kleine paardebloemetjes, spaanse margrieten (die woekeren ook zo lekker), oostindische kers, dahlias (waar komen die vandaan?), komkommerkruid, rode fresiaatjes, kamille – het is ongelooflijk hoeveel hier zomaar spontaan groeit en aan komt waaien.

Er staat al jaren een mega-aronskelk onder de nespereira (da’s een mispel) die daar op een mooie dag is komen wonen, en sindsdien altijd bloeit in de zomer. Het tegenovergestelde van een bonsai – idioot groot. Maar ’t zijn wel altijd alleen maar witte, terwijl je ze in heel veel verschillende kleuren hebt.

Toen ik deze zwarte zag bij de Cooperativa in Soure, was ik verkocht. Nou ja, hij was verkocht. Aan mij. Prachtig! En aangezien ie inheems is, en onkruidachtige trekken vertoont, zal-ie het bij mij wel overleven.

‘k Heb ‘m in het halletje van het badhuis gezet. Staat-ie mooi in de schaduw, wel genoeg licht, en kan ik elke dag even een praatje maken. Bij mijn Kerstroos heeft dat prima gewerkt. Dat was een paar jaar geleden een stakkerdje met twee piepkleine blaadjes aan een tak, en moet je nu ’s kijken.

Ook al spreek ik nederlands tegen ze, dan nog groeien ze als een gek. Ik hoop dat dat met de zwarte aronskelk ook gaat gebeuren …

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.